Raku
Deze keramische techniek vindt zijn oorsprong in Azie (Korea, Japan) en werd door de Engelse pottebakker Bernard Leach naar Europa gebracht. De naam "Raku" betekent eigenlijk zoiets als: "Geluk door toeval".
Bij deze techniek wordt het vóórgebakken en geglazuurde werkstuk in een raku-oven snel verwarmd tot ongeveer 1000 graden, waarbij het glazuur smelt. Dan wordt de oven geopend en het werkstuk er met een lange tang uitgehaald. Door de temperatuur-schok die hierdoor ontstaat vormt zich een netwerk van craquelé in het glazuur. Vervolgens wordt het werkstuk in een ton met zaagsel gelegd waardoor de rook van het brandende zaagsel zich door de craquelé heen een weg baant in de scherf waardoor de craquelé zwart kleurt, ook niet-geglazuurde delen worden zwart door de rook. Sommige metaaloxides (b.v. koper) leggen zich door de reducerende atmosfeer van het vuur (verbranding onttrekt zuurstof) als een dun laagje neer op het glazuur waardoor prachtige effecten kunnen ontstaan.
Een variant van deze techniek is de "naked raku" waarbij het glazuur door een speciale behandeling weer van het werkstuk afschilfert en alleen de craquelé op de scherf achterblijft.